Hoofd menu

De Vuurtorenloop, over zeemijlen en een vuurtoren

Geen mens houdt het voor mogelijk: 5 dan wel 10 zéémijlen door de duinen, over een waddendijk, door het bos, over het strand en rondom een vuurtoren. Het kan allemaal op Vlieland. Daar hebben ze er wat opgevonden. Zo kunnen wandelaars en hardlopers eens aan den lijve ervaren hoe zwaar zeelieden het hebben als ze van A naar B varen. Ik weet niet wie er verantwoordelijk is voor dit “grapje”. Ik verdenk  hiervan Jan Kooista c.s. van SV Friesland. Jan, in ieder geval bedankt, want wanklanken heb ik niet gehoord na afloop; niet over het parcours, niet over de organisatie, noch over het weer. Misschien toch een suggestie: wil je er voor zorgen dat je het strand in den vervolge eerst met een (stoom)wals bewerkt voordat je ons er weer over heen jaagt? Want wat was het zwaar! Wij nemen dan wel die klimpartijen naar de vuurtoren  voor lief.

Het is zondagmorgen vroeg. Ik ben op weg met een startbewijs voor de Vuurtorenloop, mij geschonken door Running Center Leeuwarden, via Harlingen naar Vlieland. De boot van negen uur. Het is druk. Inchecken en dan aan boord. Daar tref ik fotografe Janke van der Schaaf. Dan weet je meteen dat deze Vuurtorenloop niet aan de vergetelheid wordt prijs gegeven. Djur is er vanzelfsprekend ook, maar dan om te lopen. Het wordt een gezellige overtocht met sterke verhalen over allerlei belevenissen tijdens loopevenementen.

Om 10.30 uur meren we af aan de kade op Vlieland. Een wandelingetje in ganzenpas naar de sporthal. De start zal plaats vinden om 12.30 uur voor de 10 en om 13.00 uur voor de 5 zeemijlen. De wandelaars vertrekken om 12.15 uur. Dus tijd genoeg voor een goed gesprek met een enkele bekende, een kop koffie, wat water, het onvermijdelijke toilet bezoek en een kijkje in de keuken van de organisatie. Jan Kooistra is druk doende, dus die spreek ik maar niet aan. Hij dribbelt van hot naar her, geeft aanwijzingen, schudt met zijn hoofd, groet links en rechts wat mensen, roept wat in het wilde weg en houdt voortdurend de tijd in de gaten. Ik vraag me af of hij in dit stadium wel in de gaten heeft wie hij groet. Jan Houter beter bekend onder zijn zich zelf aangemeten naam Jan van Vlieland, hanteert de microfoon en enthousiasmeert de omstanders. Hij zal ook wel iets , namens Vlieland, met de organisatie te maken hebben neem ik aan. Met verve praat hij de jeugd van start naar finish. Maar het grote werk doet Jan K. natuurlijk zelf.

De start verloopt als altijd: wat gepraat, een blik op het “horloge”, even op gang komen en dan gaat het los. Ik start vlak achter de prominenten. Ik herken Jappie Brandenburg, Ylona Kruis, Jan Venhuizen, Yvonne Kassenberg, Willem de Boer en Mariska Kramer. Ik heb ze daarna niet meer gezien, noch op weg naar het strand, noch op het strand zelf en later, hoe ver ik ook keek, niemand van die toppers meer te zien.

Ik ben zo als altijd aangewezen op het gezelschap van de figurerende recreanten. Daar hoor ik tenslotte ook thuis. Tot het strand lopen we nog gezamenlijk op, maar eenmaal goed en wel op het zand is dat snel voorbij. Een enkeling zoekt de waterlijn, anderen nemen de kortste weg vlak onder de duinen en de rest zwalkt van links naar rechts op zoek naar wat stevigheid. Als we na ruim een kilometer ploeteren weer boven op het duin zijn aangekomen en dus weer vaste grond onder de voeten hebben, worden vele zuchten van verlichting geslaakt. Ook ik had het behoorlijk zwaar. Het heeft mij veel kracht heeft gekost. Ik moet op zoek om mijn ritme terug te vinden, te beginnen met de pijn in de bovenbenen vergeten. Zo kijk ik maar naar de boten in de jachthaven. Ik zie mensen nogal dik in de kleren aan boord van de schepen. Wat een tegenstelling met ons hardlopers: blote benen en korte mouwen. Ik loop inmiddels moederziel alleen over het dijkje richting dorp. Ik hoor niemand achter mij en degene die voor mij loopt heeft zeker 50 meter voorsprong. Ik zal het wel weer zelf moeten doen. Na de zware inspanning op het strand komt het herstel toch sneller dan ik gedacht had. De gedachten verzetten en wat wind in de rug doen wonderen.

We gaan het dorp niet in, maar buigen direct naar links de waddendijk op. Ik heb de 50 meter met mijn voorganger bijna goed gemaakt. Maar de eerlijkheid gebiedt mij te zeggen dat ik ook twee keer ben ingehaald. Aan het eind van de dijk naar rechts op weg naar de klim naar de vuurtoren. Een handjevol publiek moedigt aan bij de opgang omhoog. In het begin gaat het prima, maar wat is het steil en lang. Het is a hell of a job, maar we doen het vrijwillig en ook nog voor ons plezier. De bovenbenen en de kuiten hebben te lijden. Ik haal mijn voorganger in en dat geeft veel voldoening. Als ik denk dat ik er ben, krijg ik nog even een stukje vals plat voor de kiezen, maar dan een bocht naar links en vervolgens gelukkig naar beneden. Wat een schitterend uitzicht. Wie dat niet heeft gezien, zou voor “straf” nog een keer omhoog moeten. Ik word weer ingehaald, want dalen is niet mijn sterkste kant. Bang om mezelf voorbij te lopen en te vallen. Eenmaal beneden staat er een “suppoost” die je heel streng , terwijl we nog niet eens helemaal beneden zijn, naar rechts stuurt. Weer omhoog, nu niet erg steil, maar wel opnieuw heel lang. Ik loop in gezelschap van een paar zwoegers. We praten niet, we hijgen en zuchten alleen maar. Maar eenmaal naar beneden hervindt iedereen zijn eigen ritme op weg naar het open duinlandschap.

De wind in de rug en gelegenheid om weer eens om je heen te kijken. Duin op, duin af en toch kan ik kan naar een hogere versnelling schakelen. Ik kom wat wandelaars en een enkele fietser tegen. Ik haal een paar lopers in op weg naar camping de “Lange Paal”. Er staat een enkele tent. Een loopster, een tiental meters voor mij, neemt een verkeerde afslag. Blijkbaar de pijl rechtdoor gemist. Ik roep haar aan en even later loopt ze achter mij. Dan links af de Postweg op. Op weg terug naar “huis”. De wind tegen. Ze vraagt of ze uit de wind achter mij mag blijven lopen. Geen bezwaar. Ik geniet van het uitzicht over het Wad. Ik schat in dat het over een tweetal uren wel helemaal eb zal zijn. Er zijn veel vogels op zoek naar voedsel. Langs de kant van de weg staan verschillende vogelaars met verrekijkers. Naarmate we dichter bij het dorp komen wordt het drukker met fietsers en wandelaars. Zij die achter mij liep, heeft afscheid genomen. Ze wilde zich voorbereiden op de tweede klim naar de vuurtoren. De weg omhoog is nu wat minder steil. Eenmaal boven hoor ik de welluidende stem, gedragen door de wind, van Jan K. Nog een paar kilometer beschut door het bos en dan de finish. Het zit erop.

Na afloop is iedereen het er over eens. Het is een prachtig parcours, afwisselend als nooit te voren, een goede organisatie, een prettige temperatuur, een gunstige wind en een ontspannen sfeer. Lekker uitblazen op een van de terrassen in het dorp onder het genot van een drankje en dan hebben we het er nog even over. Wie er niet was heeft wat gemist. Maar dat zal altijd wel zo zijn.

Meeloper